Thuiskomen
Je kitten komt thuis
Een krabpaal binnen is voor een bengaal noodzakelijk wanneer je je meubilair heel wilt houden. Overweeg eventueel om een plafondhoge krabpaal te kopen. Bengalen zitten graag hoog.
Voordat je kitten thuiskomt loop je het huis nog even na op gevaarlijke plekken en situaties. Kan het ergens achter, onder, tussen kruipen waar je het niet meer vandaan krijgt? Liggen er losse elektriciteitsdraden? Heb je giftige planten in huis? Kunnen er dingen (om)vallen?
Sta even bewust stil bij: de wasmachine, de droger, de afwasmachine, kookplaten kantel/tuimelramen, open wc, luxaflexkoordjes (verstikking). Een bengaal kitten loopt vaak in 7 sloten tegelijkertijd omdat het zo nieuwsgierig is, houd hier rekening mee.

Om het overgangsproces van het huis van de fokker naar jouw huis te helpen kun je een aantal dingen doen: vraag bijv. of de fokker een aantal dagen van te voren een oude handdoek in het nest wil leggen. Wanneer je deze handdoek meekrijgt met de verhuizing van het kitten en deze in het mandje legt, kan het je kitten troosten door de bekende geur die er nog in zit. Je kunt ook een zakje uitwerpselen uit de kattenbak van de fokker meevragen. Vies? Ja misschien wel, maar het is ook handig. Wanneer je het zakje in jouw nieuwe, schone kattenbak leegt, zal het kitten meteen iets vertrouwds herkennen. Eventueel al aanwezige andere katten kunnen uitgebreid, rustig de nieuwe geur in huis bestuderen.

Een raskat mag met 13 weken verhuizen. Tegen die tijd is je kitten geënt tegen nies- en kattenziekte. Verdere entingen zijn het eerste levensjaar niet nodig, tenzij je met je kitten naar het buitenland wilt of shows wilt gaan lopen. Overleg in dat geval met je dierenarts. Wees het eerste jaar voorzichtig met pensions. Niesziekte is ondanks de enting toch mogelijk.
Je kitten moet tot 6 maanden elke maand ontwormd worden. Daarna elk half jaar. Je kunt, als je wilt, je kitten een paar dagen na thuiskomst door je eigen dierenarts laten controleren. Een goede fokker zal dit zelfs aanraden.

Wanneer je kitten binnenkomt, wen je hem eerst aan één deel van het huis. Zet een warm mandje, eten en drinken en een kattenbak klaar. Gebruik voor kittens geen klontvormend kattengrit omdat ze het soms nog wel eens willen opeten. In de maag zal het zich dan tot een klont vormen met alle gevolgen van dien. Laat het mandje, het eten en de bak allemaal even afzonderlijk zien. Geef je kitten de gelegenheid even tot rust te komen, maar blijf in de buurt. Confronteer het niet met teveel tegelijkertijd. Het zal snel wennen en het hele huis doorlopen. Voor het ontwikkelen van een goede band samen, is je kitten in het begin 's nachts bij je laten slapen, op bed of in een eigen mandje een prachtige methode. Het zijn de eerste nachten zonder zijn nestgenoten en zijn moeder en dat is best koud en angstig. Denk er wel aan dat het bij de kattenbak, eten en drinken moet blijven kunnen komen.

Heb je een huis met meerdere verdiepingen, controleer of je kitten kan traplopen (op én af) en laat ook daar zien waar de kattenbak staat. Het beste is om de eerste weken op elke verdieping een kattenbak te hebben staan. Je kitten kan in hoge nood de weg kwijt raken terwijl het toch echt zindelijk is. Ongelukjes horen erbij, zeker in het begin. Breng je kitten regelmatig zelf naar de bak. Na het eten en het spelen zijn vaak kattenbakbezoekmomenten. De plasplek in huis moet je goed schoonmaken zodat de geur weg is. Spoel na met veel schoon water. Maak het niet schoon met chloor, want die geur doet een kat juist aan plas denken. Je kitten straffen of de neus door de plas halen, werkt averechts. Het is stressvol en je bevestigt alleen maar dat het daar mag plassen. Straffen heeft alleen zin als je je kitten op heterdaad betrapt, maar je weet niet waarom het nu net dat plekje heeft uitgekozen. Het kan voor je kitten een weloverwogen keuze tussen twee kwaden zijn geweest.
Heb je te maken met serieuze zindelijkheidsproblemen, probeer dan de beloontraining eens.
Training en opvoeding
Leer je kitten vanaf het allereerste begin wat het wel en niet mag. Wil je niet dat je kitten bijvoorbeeld op het aanrecht springt, wees dan consequent en zet het er elke keer met een duidelijk "-Naam van het kitten- nee!" of iets dergelijks van af. Bengalen zijn zeer slim en zullen het woord "nee!" en hun naam al snel begrijpen. Echter, wanneer je kitten in de gaten heeft dat jij het niet ziet, is de kans groot dat het alsnog zijn kans waagt. In dat geval zou je je kitten kunnen laten schrikken zonder dat het er erg in heeft dat jij daarvoor verantwoordelijk bent. Op die manier associëert je kitten de schrik niet met jouw aanwezigheid maar wel met zijn actie, namelijk op het aanrecht springen. Luid een sleutelbos laten vallen, of een zacht speeltje in zijn richting gooien, kan zeer effectief werken.
Door een aantal dagen vrij te hebben wanneer je kitten thuiskomt, kun je een opvoedbasis leggen waar je een heel kattenleven van kunt blijven genieten. Sturing zal altijd nodig blijven, maar een goed begin is het halve werk.
Eten
Vers vleesvoeding als bijv. Carnibest of droogvoer van een goede kwaliteit moet de hele dag tot je kittens beschikking staan, net als vers water. Dit voer bevat alle benodigde vitaminen en voedingstoffen die een kat dagelijks nodig heeft. Je kan voor speciaal kittenvoer kiezen wat afgestemd is op de behoeftes van groeiende kittens. Dit voer bevat onder andere meer eiwitten. Houdt je kitten hier diarree of andere ontlastingsproblemen van, dan mag je ook voorzichtig overschakelen op droogvoer voor volwassen katten wat vaak beter verteerd wordt. Beter nog is (evt. tijdelijk) volledig over te schakelen op de vers vleesvoeding zoals Carnibest. Droogvoer uit de supermarkt is goedkoper maar bevat te veel zout en kan op den duur nierproblemen geven. Tenzij je kitten aan natvoer (de bekende zakjes) gewend is, geef je het in het begin alleen droogvoer. De eerste weken is het verstandig hetzelfde voer te geven dat je kitten bij de fokker kreeg, dit om diarree te voorkomen. Door de stress van het verhuizen is je kitten hier toch al erg vatbaar voor. Geef in dat geval wat rijstewater, rijst, gekookte vis of gekookte kip. Kijk het niet te lang aan, een kitten kan binnen 24 uur volledig uitdrogen.
Bij het overschakelen naar een ander voer heeft een kat tijd nodig. De maag kan grote veranderingen in het voer niet aan met diarree tot gevolg. Meng gedurende 3 tot 4 dagen het oude voer met het nieuwe voer en verhoog als het goed gaat elke keer het percentage nieuw voer. Melk heeft een kat niet nodig. Sommige katten verdragen het zelfs niet. Wat verdunde koffieroom of kattenmelk mag wel, maar ook dit kan diarree tot gevolg hebben.
Blijft je kitten langdurig aan de diarree, dan doe je er verstandig aan de ontlasting eens te laten onderzoeken op o.a. giardia of andere parasieten en wormen.

Varkensvlees
In varkensvlees (vooral rauw varkensvlees is heel gevaarlijk) kan het virus van Aujeszki zitten. Dit virus is zeer gevaarlijk voor een kat. Als de kat eenmaal besmet is, dan is het altijd dodelijk en zal zijn leven nog maximaal 3 dagen beslaan. De symptomen lijken op die van rabiës (hondsdolheid). De symptomen zijn: schuimbekken, veel miauwen, karakterverandering, zenuwsymptomen enzovoort. Er zijn geen medicijnen voor. Voorkom deze ziekte door je kat geen varkensvlees of produkten waar varkensvlees in verwerkt zit te geven.

Rauw of te veel vlees
Door het eten van rauw vlees kan een kat maagdarmstoornissen krijgen, omdat het zwaar verteerbaar is. De symptomen uiten zich in braken of diarree. Ook is er het gevaar van lintwormen. Als een lintworm in de darm tot ontwikkeling komt kan dit tot spijsverteringsstoornissen leiden. Het is dus altijd beter vlees te verhitten door middel van het te koken. Toch is er ook wat voor te zeggen om jonge kittens van een week of 5 die overgaan van moedermelk op vast voer, voorzichtig te laten beginnen met rauw lamshart. Dit niet-steriele vlees zorgt voor de opbouw van een goede darmflora. Het beste kun je de diepgevroren variant kopen aangezien lamshart heel erg snel bederft. Vaak wordt er te veel vlees gegeven. Hierdoor kunnen katten op latere leeftijd nierproblemen ontwikkelen. Jonge katten geef je 20 gram per kilo lichaamsgewicht. Volwassen katten hebben genoeg aan 10 gram per kilo lichaamsgewicht. Een kat die al nierproblemen heeft, heeft al voldoende aan 5 gram per kilo lichaamsgewicht.Als je vlees geeft, zorg dan dat het wel van goede kwaliteit is zoals spiervlees. Orgaanvlees zoals bijvoorbeeld pens, lever, niertjes, maag kan je beter niet geven. Ook vlees met veel pezen liever niet.

Lever
Veel katten zijn erg kieskeurig. Je bent dan gauw geneigd je kat maar te geven wat hij wel lekker vindt. Vaak wordt dan rauwe lever gegeven, veel katten zijn hier dol op. Blikvoer en brokjes worden dan al snel achterwege gelaten omdat de kat dit toch niet wil eten. Het geven van uitsluitend vlees is niet verstandig omdat er gewoon niet in zit wat de kat allemaal nodig heeft. Rauwe lever heeft bovendien een hoog gehalte aan vitamine A. Deze vetoplosbare vitamine wordt niet afgevoerd via de urine, maar opgeslagen in het vet van het lichaam. Als er een overdosis aan vitamine A ontstaat, kan de kat gewrichts- en botproblemen oplopen. Dit kan resulteren in stijfheid en als er niets aan gedaan wordt, gewrichtsplooiing- en ontsteking. Als je persé lever wil geven, kook het dan van tevoren, hierdoor vernietig je de vitamine A.

Botjes
Botten van gevogelte, varkens- of schapenvlees zijn gevaarlijk voor de kat. Ze splinteren makkelijk waardoor het voor darmverstopping kan zorgen, omdat de kat de te kleine stukjes inslikt. Gare botjes splinteren nog makkelijker. Vaak moet er een operatie aan te pas komen om zo'n botje te verwijderen. Een versplinterd botje kan zelfs door de darmwand heen prikken. Hierdoor kan de darminhoud in de buikholte lekken en dat kan buikvliesontsteking tot gevolg hebben. Ook hierbij is een operatie noodzakelijk met daarnaast een antibiotica behandeling. Geef je kat beter helemaal nooit botjes, gaar of niet gaar.

Vis
Ongeacht of hij heel is, aangekleed, rauw, gekookt, of ingeblikt zal een nutritionele tekortkoming van welke soort dan ook veroorzaken, wat op zijn beurt uiteindelijk voor een serieuze ziekte zorgt.
Tonijn: de meeste katten zijn dol op tonijn, maar het bevat maar weinig voedingsstoffen. Te veel kan dus leiden tot ondervoeding en kwikvergiftiging. Bovendien is tonijn een bedreigde vissoort.
Ingeblikte vis verpakt in olie of water: is geen behoorlijk dieet voor een kat. Al is het rijk aan proteïne, het voorziet de kat niet in de benodigde hoeveelheden van bepaalde aminozuren, hoofdzakelijk taurine, om gezond te blijven. Als katten te weinig taurine binnen krijgen, kunnen ze blind worden of een hartkwaal ontwikkelen en uiteindelijk sterven.
De calcium tot fosfor-verhouding in ingeblikte tonijn is 1:14.8 waardoor de kat van te weinig calcium wordt voorzien om de fosforbalans te balanceren, wat resulteert in een botziekte veroorzaakt door te weinig calcium in het bot door het gemis van mineralen in het dieet. De enige vissoort die in genoeg calcium voorziet is zalm met graat. Ook worden er door het voeren van alleen ingeblikte vis te weinig essentiele vitaminen aangevoerd zoals vitamine A en vitamine B-soorten, zoals thiamine, riboflavine, pantoteenzuur, foliumzuur, en vitamine B12. Ten slotte, ingeblikte vis heeft een hoog sodiumgehalte wat kan betekenen dat de kat hiervan mischien te veel krijgt.
Als vis moet worden toegevoegd in het menu van de huiskat, mag men dat alleen maar met spaarzaamheid doen, zoals een traktatie, of om een zieke kat over te halen tot eten. Verder dan dat is het verhaal kat en vis een fabeltje.

Blaasgruis
Veel mensen denken dat gecastreerde katers geen droogvoer mogen hebben omdat ze daardoor F.U.S.; Feline Urinary Syndroom (Blaasgruis) kunnen krijgen. Blaasgruis komt veel voor zowel bij katers als poezen. De oorzaak is dat katten van nature weinig drinken waardoor de blaas weinig doorspoelt en de urine niet zuur genoeg wordt. Hierdoor kunnen zich kristallen vormen die zich opeenhopen tot blaasgruis. De kat krijgt hierdoor blaasirritatie, en/of blaasontsteking. Bij poezen komt het minder voor dan bij katers omdat bij poezen de urineweg breder is dan bij katers. Als een kat(er) eenmaal blaasgruis heeft, is het zaak zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan om vergiftiging te voorkomen en de kat voor een pijnlijke dood te behoeden. Wat betreft het geven van droogvoer; probeer zoveel mogelijk te combineren met blikvoer. En zorg dat er altijd water klaarstaat. Het droogvoer is goed voor de tanden en het blikvoer vinden de meeste katten lekkerder en er zit vocht in.

Restjes
Iedereen weet inmiddels wel dat een kat nou eenmaal andere voedingsbehoeften heeft dan een mens. Geef een kat je eigen tafelresten en je vraagt om moeilijkheden.

Giftig of specifiek niet goed voor katten
Look en bieslook: kunnen je kat zware darmproblemen geven.

Alcohol: heeft hetzelfde effect op jouw kat ls op de mens, alleen is er veel minder voor nodig. Hoe kleiner de kat, hoe sterker het effect. Twee theelepels zijn genoeg om coma bij je kat te veroorzaken.

Uien: bij katten worden de rode bloedcellen afgebroken, wat kan leiden tot bloedarmoede en problemen met de darmen.

Zuivelproducten van de koe, inclusief melk, yoghurt, kaas en ijs: zijn niet verteerbaar voor katten inclusief kittens. Het kan diarree veroorzaken en voedselallergie, wat zich manifesteert in jeuk.

Chocolade: is giftig voor katten. Katten kunnen er van sterven, maar gelukkig zijn de meeste katten niet dol op chocolade. De schuldige is de stof theobromine en dat zich in alle soorten chocolade, ook witte. Katten die toch chocolade eten kunnen overgeven, diarree krijgen of extreem dorstig zijn. Het kan ook hartritmestoornissen, beroertes, trillingen en de dood veroorzaken.

Caffeine: zoals in thee en koffie, is in grote hoeveelheden dodelijk voor katten. Een medicijn bestaat er niet. Symptomen van caffeïnevergiftiging zijn rusteloosheid, gejaagde ademhaling, hartkloppingen, spierspasmen en bloedingen. Caffeïne vind je ook in cacao, chocolade, cola en pepmiddelen.

Druiven en rozijnen: worden vaak gebruikt als snoepje maar dat is geen goed idee. Het kan leiden tot nierfalen. Een klein beetje is al genoeg om je kat herhaaldelijk te doen overgeven of te leiden tot hyperactiviteit. Een dag later kan je kat lethargisch en depressief zijn.

Xylitol: snoep, kauwgom, gebak, tandpasta en dieetvoeding zijn vaak gezoet met xylitol. Dit kan de circulatie van insuline verhogen, de bloedsuikerspiegel doen dalen en leiden tot leverfalen. Symptomen zijn: overgeven, lethargisch gedrag en een slechte coördinatie. Binnen een paar dagen kan je kat of hond hieraan overlijden.

Suiker: heeft bij katten net hetzelfde effect als bij mensen: het leidt tot overgewicht, tandproblemen en diabetes.

Rauwe eieren: bevatten ze een enzym dat de opname van vitamine B verhindert, wat je kat bij frequent gebruik huid- en vachtproblemen kan geven.

Gistdeeg: rauw deeg zal rijzen in de maag van je kat. Dit kan erge pijnen veroorzaken. Gist produceert ook nog eens alcohol, wat je viervoeter ook nog eens alcoholvergiftiging kan veroorzaken.

Medicatie: behandel je kat en hond zoals je kinderen: geef ze geen medicijnen voor mensen, tenzij je dierenarts je richtlijnen heeft gegeven. Ze kunnen dodelijk zijn.

De keukenkast bevat veel zaken die giftig zijn voor je kat of hond, zoals bakpoeder en nootmuskaat. Hou de deuren dicht, als je je kat niet wil vergiftigen.

Wat te doen als je hond of kat iets gegeten heeft dat het niet mocht eten? Dan bel je best zo snel mogelijk de dierenarts of eventueel het antigifcentrum.

Aangepaste bronteksten eten: Kattenplaza, hln.be, natuurlijke voeding

Spelen
Natuurlijk wil je kitten spelen. Maar geef het ook rust, een kitten slaapt veel. Als je kitten te ruw speelt, gewoon stoppen, het leert dan hoe ver het kan gaan. Controleer speeltjes op loszittende oogjes of makkelijk loslatende onderdelen. Een speeltje aan een elastiek of touwtje is prachtig speelgoed, maar berg het op als je uitgespeeld bent, anders kan je kitten zich in de draad draaien en stikken.
Laat je kitten niet te lang alleen. Bengalen zijn geen katten waarbij je een week op vakantie kunt gaan met een oppas die 1x per dag voer neerzet. Ze zullen dan wegkwijnen en zeer ongelukkig zijn. Een bengaal is, nog meer dan andere katten, niet geschikt om alleen op te groeien of enig huisdier te zijn (uitzonderingen daargelaten). Ook al stellen ze menselijk gezelschap zeer op prijs, een assertief speels kattenspeelkameraadje is vereist.
Gelukkig beseffen velen dat een bengaal eigenlijk niet alleen gehouden kan worden. Regelmatig krijg ik mailtjes van mensen die al een kat thuis hebben en over een bengaal erbij denken. Soms betreft de kat thuis een oudere of zelfs al zieke kat. Eén ding moet mij toch van het hart. Toen ik zelf op zoek ging naar mijn eerste bengaal (jaren geleden), hadden wij ook een oudere zieke poes in huis. De fokster die ik sprak en waar ik later inderdaad mijn eerste bengaal kocht, raadde me aan te wachten. Een bengaal is druk, een bengaal houdt van pesten, een bengaal zal zieke oudere dieren ongenadig te grazen nemen. Niet omdat een bengaal boosaardig is, maar het zit nu eenmaal in zijn natuur. De poezen die zich al in huis bevinden moeten daar tegen opgewassen zijn. Het blijkt keer op keer dat zelfs volledig gezonde andere rassen telkenmalen de pineut zijn wanneer er een bengaal bij gezet wordt. Wij hebben uiteindelijk gewacht totdat onze poes een natuurlijke dood gestorven was. Ze heeft gewoon rustig haar einde van haar leven kunnen afwachten zonder druktemaker die haar het leven zuur maakte. 
Later toen er dan inderdaad een bengaal kwam, begreep ik pas echt wat de fokster bedoeld had. En wat ben ik blij dat ik naar haar raad geluisterd heb. Geen schuldgevoelens naar onze oude poes toe, geen gedoe en stress in huis.
Misschien iets om over na te denken?
Buiten
Bengalen hoeven niet naar buiten, ze kunnen met voldoende speelmogelijkheden en afleiding zeer gelukkig zijn binnen. Een veilige tuin waar ze niet uitkunnen, een afgeschermd (bengalen zijn zeer goede klimmers en slechte vliegers!) balkon of een ren is goed alternatief voor het zelfstandig naar buiten gaan. Een bengaal is vaak wat roekelozer dan een gemiddelde huiskat. De kans dat hij daardoor in de problemen komt of zelfs verongelukt, is zeer goed mogelijk. Je kunt ze ook heel goed leren aan een kattentuigje aangelijnd te lopen, maar dit kost wel wat geduld. Mocht je je kitten toch persé buiten willen laten, bedenk dan dat je kleuters ook niet alleen naar buiten laat gaan. Als je kitten wat groter is, houdt dan rekening met het verkeer, met veiligheid, met buren die misschien veel minder gecharmeerd van je kat zijn dan jij, met andere katten die je kat kunnen verwonden en besmetten met ziektes, en met het feit dat de bengaal een mooie, dure en zeer gewilde kat is die grote kans loopt gestolen te worden.
Uiterlijke verzorging
Aan de vacht hoeft niet veel gedaan te worden. Af en toe kammen met een fijne kam of zachte borstel. Wassen is al helemaal niet nodig. De bengaal is net als elke kat zeer schoon op zichzelf. Of je nu je kat wel of niet naar buiten laat gaan, het kan altijd voorkomen dat je kat vlooien opdoet. Alleen bij de dierenarts zijn de betere pipetjes/druppeltjes/omgevingssprays verkrijgbaar waar de vlooien nog niet resistent voor zijn. Vlooien brengen trouwens lintwormen over. Overleg dit met je dierenarts.
Nageltjes knippen is meestal niet nodig. Moet het wel, dan gaat dit het makkelijkst wanneer je kat een beetje slaperig is. Een jong kitten kan je nog in het nekvel pakken en zal dan zijn pootjes slap laten hangen zodat je makkelijk kunt knippen. Bij een volwassen kat moet je het niet meer met de nekvelmethode doen. Ze zijn te zwaar daarvoor en je kan je kat hiermee beschadigen. Denk er om dat je niet te diep knipt. Ogen, neus en oren kun je eventueel met een wattenschijfje met wat afgekoeld gekookt water, schoonhouden.
Geslachtsrijp
Je kitten is tussen de zes en negen maanden geslachtsrijp. Wat nog niet wil zeggen dat poezen dan al fysiek en mentaal oud genoeg zijn voor een dracht en een nest. Poezen en katers kunnen allebei gaan sproeien, daarnaast maken bengaalse poezen ook buitengewoon veel lawaai wanneer ze krols zijn. Ze zullen proberen te ontsnappen met als gevolg ongewenste nestjes en kans op besmettelijke, vaak dodelijke ziektes. Heb je geen fokplannen, dan kan je het best vóórdat ze geslachtsrijp zijn, een afspraak bij de dierenarts maken voor sterilisatie/castratie. Het is niet gezegd dat sproeien na deze ingrepen automatisch overgaat. Verder zijn de krolse perioden een grote belasting voor een poes en kunnen ze nogal wat nare medische complicaties met zich meebrengen. De poezenpil is géén goed alternatief. Een poes hoeft niet eerst een keer krols te zijn geweest om gesteriliseerd te worden. Het enige waar je wel mee rekening moet houden is dat je haar niet tijdens een krolsheid laat helpen. I.v.m. de kans op extra bloedverlies wordt dat afgeraden. Ben je van plan wel te gaan fokken met je bengaal, lees dan hier wat tips.
Vragen
Vergeet verder niet dat je met vragen in principe altijd bij je fokker terecht kunt. Schroom niet en maak daar gebruik van. Hij of zij kent je kitten en het ras en zal op veel vragen een antwoord weten.
In deze site kun je zoeken op trefwoord. Daarnaast zijn er op het internet een aantal bengalenfora zoals deze met bengalen-ervaringsdeskundigen.

Meer lezen?
13 weken
kantel/tuimelramen
schoonmaken
FAQ
Vroegcastratie
Zoeken op trefwoord
Cattery Ifness maakt haar content zelf, of gebruikt een bronvermelding met toestemming. Neem je content over, ook al herschrijf je het, een bronvermelding is wel zo netjes! Wie geen bronvermelding vermeldt, schendt het auteursrecht en is strafbaar. Te gebruiken link:

<a href="http://www.ifness.com/bengaal">© Cattery Ifness</a>
Logo Frame